Ethel Smyth (1858-1944)
Ethel Smyth, geboren in 1858 in Londen, was een doorzetter.
Haar vader - een beroepsmilitair - wilde absoluut niet dat zijn dochter de muziek inging. Pas na een hongerstaking mocht ze in 1877 naar Leipzig gaan om als eerste vrouw aan het conservatorium aldaar bij Carl Reinecke( dirigeerde de definitive versie van EDR J Brahms) compositie te studeren. Maar het onderwijs stelde haar teleur en na een jaar besloot zij om op privé-basis harmonie en contrapunt verder te studeren bij Henrich von Herzogenberg (schreef Kirchenoratotium 'die geburt Christi'). Zijn contrapuntlessen resulteerden meteen in een reeks vroege pianowerken, waaronder een suite ā la Bach, drie canons, en twee preludes en fuga's. Kort hierna ontstonden twee pianosonates plus twee delen van een derde sonate. Deze vroege pianowerken - het is niet bekend waarom Smyth nooit meer voor pianosolo schreef - zijn stilistisch verwant aan Mozart, Mendelssohn en Brahms. Over het laatste deel van de sonate in C-groot berichtte de Nederlander Julius Röntgen, die eveneens vele jaren in Leipzig verbleef: "Dit rondo is zo puur en fris dat ik bijna kon zweren dat het van Mozart was."
Zo leren we dat Smyth zeer kritisch was over haar composities en veel werk heeft vernietigd. Dat zij deze vroege pianowerken als een mooie handgeschreven collectie heeft bewaard beschouwd Serbescu als teken van Smyths goedkeuring. Dat Smyth zeer bekwaam was in het contrapuntische schrijven blijkt niet alleen uit deze vroege werken; het zou een kenmerk worden van haar hele oeuvre. Smyth bleef tien jaar in Duitsland. Het waren productieve jaren waarin zij veel kamermuziek schreef, waaronder acht strijkkwartetten en twee strijkkwintetten. In deze periode ontstonden ook haar eerste orkestwerken: de Serenade, de ouverture Antony and Cleopatra en de indrukwekkende Mis in D-groot, die met Beethovens Missa solemnis werd vergeleken. De twee delen pianowerken zijn nu voor het eerst in druk verschenen. Niet alleen zijn ze mooi gedrukt, ze dragen bij aan het doorbreken van een almaar voortdurende vicieuze cirkel: muziek van vrouwelijke componisten wordt weinig gespeeld omdat de bladmuziek moeilijk beschikbaar is.